Wetenschappelijk communiceren

‘Als het niet gepubliceerd is, dan is het nooit gebeurd,’ zei Johan Hoogstraten, hoogleraar methodologie, altijd als hij het had over de noodzaak van publiceren. Daar had hij gelijk in. Je kunt de meest interessante ontdekkingen doen, maar als die de wetenschappelijke literatuur niet halen dan zijn zij onzichtbaar voor andere onderzoekers, en dat staat in de wetenschap gelijk aan ‘nooit gebeurd’.

Dat komt omdat wetenschap een sociaal proces is, dat in de publieke ruimte plaatsvindt. Dit eenvoudige feit heeft verstrekkende consequenties. Het is bijvoorbeeld de belangrijkste reden dat wetenschappelijk onderzoekers objectiviteit nastreven. Wanneer onderzoeksresultaten subjectief van aard zijn (wat betekent dat zij afhangen van wie het onderzoek doet) dan zijn die namelijk niet eenduidig te communiceren en daardoor niet te repliceren. Daarmee vallen zij buiten het blikveld van de wetenschap, hoe interessant zij ook mogen zijn.

Toen ik stage liep deed ik bijvoorbeeld kwalitatief onderzoek naar de stervenszorg in medische instellingen, waarvoor ik tientallen mensen interviewde. Ik heb toen allerlei interessante inzichten opgedaan, maar ik weet zeker dat een andere onderzoeker andere conclusies getrokken zou hebben. En dan is het dus geen wetenschap meer.

Onder studenten bestaan op dit punt veel misvattingen. Bijvoorbeeld dat wetenschappelijk onderzoekers objectiviteit nastreven omdat zij het leuk vinden om de natuurkunde te kopieren. Of dat er ook ruimte is voor subjectieve wetenschap. Die ruimte bestaat niet. Dat heeft niets te maken met wetenschapsfilosofisch dogmatisme of met physics envy. Het streven naar objectiviteit en geprotocolleerde onderzoeksmethoden is een bittere noodzaak die geboren is uit de sociale aard van het onderzoeksproces. Objectiveren is, in die zin, een negatieve keuze: het kan gewoon niet anders.

Dit betekent trouwens niet dat het gebruik van kwalitatieve of interpretatieve technieken automatisch buiten de wetenschap valt. Bij zulke technieken gebruikt de onderzoeker zichzelf als meetinstrument. Voor zover de werking van dat instrument te traceren is, valt het gebruik ervan te protocolleren, en dus te communiceren. Dat was bij mijn stage-onderzoek nauwelijks het geval, een euvel waaraan kwalitatieve technieken vaker lijden. Maar omdat dit eerder een technisch dan een principieel probleem is valt niet uit te sluiten dat het met het gebruik van de mens als meetinstrument ooit nog goed komt.

Wetenschap vereist eenduidige communicatie en replicatie. Daarom is er binnen de wetenschap nog nooit iets subjectiefs gebeurd, en is wat subjectief gebeurt noodzakelijkerwijs onwetenschappelijk. Kunst bijvoorbeeld, of literatuur. Wel mooi, maar geen wetenschap.