Diepere psychologie

Vroeger, ver voor de tijd van mijn wetenschappelijke geboorte, viel er in de psychologie nog wat te bakkeleien. Toen had je de methodenstrijd: de empirische, statistische, droge wetenschapsopvatting stond daarbij recht tegenover een fenomenologisch, kwalitatief, en duidend alternatief.

Dit alternatief was terug te voeren op het werk van de Oostenrijker Alfred Schütz. Hij had bedacht dat de mens, als onderzoeksonderwerp, fundamenteel anders bestudeerd moest worden dan de rest van de natuur (op zich een goed idee trouwens). Zijn centrale filosofie was dat het handelen van de mens uitsluitend begrepen kon worden door het invoelen van de geestesgesteldheid waarin dat handelen tot stand kwam. Daar had Schütz een theorie over. Hij dacht dat een handeling eerst in de geest uitgetekend werd, en daarna pas uitgevoerd. Als de onderzoeker er in slaagde het “handelingsplan” in zijn of haar eigen geest te implanteren – door goed invoelen dus – dan kon die onderzoeker die handeling daarmee begrijpen.

<Dus stel bijvoorbeeld: je wilt begrijpen waarom Ajax-fan Jantje de Sloper een Feijenoord-supporter de hersens inslaat. Dan moet je je best doen je in te leven in de achtergrond en geestgesteldheid van Jantje de Sloper. Vervolgens moet je zijn handelingsplan (“eerst een linkse direkte, dan een uppercut”) in je geest namaken. Dat proces stelt je dan in staat het gedrag van Jantje te begrijpen. Een verklaring van dat gedrag zit er niet in, natuurlijk, maar dat was ook niet het doel van de methode: het ging om het begrijpen, niet om het verklaren van gedrag.

De fenomenologie heeft de methodenstrijd verpletterend verloren – zo verpletterend, dat de kans groot is dat je er als student nauwelijks iets over gehoord hebt. Men zegt weleens dat de keuze voor de droge empirische methode een ideologische was, maar dat is teveel eer voor de wetenschap, die doorgaans doelloos, pragmatisch en zonder vooropgezet plan opereert. Als een methode iets oplevert, hoe miniem ook, heb je altijd mensen die er wat van maken. Dat is wel te zien aan de populariteit van allerhande paradigma’s in de huidige psychologie. De oogst is mager, maar de hand van de wetenschappelijk psycholoog is snel gevuld. 

Dat plan van Schütz kon niets worden, omdat zijn theorie over menselijk handelen niet klopte. Daardoor deed zijn methode het gewoon niet. En zonder methode kun je geen wetenschap optuigen. Het is misschien jammer, en ik geef toe uitgesproken onromantisch, maar het is niet anders: geen methode, geen wetenschap.